‘Er is nog een foto uit die tijd, ook een kleintje. Mijn vader staat erop samen met zijn kleine broertje Joop. Vlak voor hen staat Pollie, een mager wit hondje met een zwarte snoet, en een paar meter achter hen is nog net een andere jongen te zien. Het is een leuke foto omdat er goed op te zien is hoeveel mijn vader en Joop van elkaar verschilden. Joop was vier jaar jonger dan mijn vader; op de foto zal hij niet veel ouder zijn dan vier jaar. Toch staat hij er stevig op, een compact jongetje, de handen in de zakken, zijn familie-witte kuif recht overeind, zijn trui rimpelend over zijn kleutervet. Allebei kijken ze naar het hondje en het zou me niks verbazen als Joop het beestje zo dadelijk een trap gaat geven. Zijn rechterbeen staat er als het ware klaar voor.’

Uit: Waar mijn vader is
Marjo Brenters


< Terug